LinkedIn

Actueel

Wijziging vakantiewetgeving


De bouwvakvakantie is weer voorbij. De meeste werknemers zijn goed uitgerust en beginnen weer fris met hun werkzaamheden. Volgens de wetgever is vakantie bedoeld om te ‘recupereren’, met andere woorden: een werknemer moet kunnen herstellen c.q. uitrusten van de verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. Aan dit doel hecht de regering veel waarde, zij is bang dat werknemers dit doel niet altijd nastreven. Vanaf januari 2012 wordt de vakantiewetgeving dan ook aangepast. Wat gaat er allemaal veranderen?

Vanaf 1 januari 2012 kunnen werknemers hun vakantiedagen niet meer blijven opsparen.  Werknemers moeten hun vakantiedagen binnen een half jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd opnemen. Het gaat dan alleen om de vakantiedagen waarop de werknemer ingevolge de wet recht heeft (20 dagen bij een fulltime dienstverband). De vakantiedagen boven het minimum vallen buiten de nieuwe regeling; daarvoor geldt de normale verjaringstermijn van vijf jaar. Het kabinet wil zo stimuleren dat werknemers regelmatig vakantie opnemen. Het te lang uitstellen van vakantie kan de gezondheid en veiligheid van werknemers in gevaar brengen. De maximale termijn van een half jaar geldt niet voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest vakantie op te nemen. En werkgever en werknemer kunnen in onderling overleg de vervaltermijn verlengen.

Dit is niet de enige wijziging. Op dit moment geldt in Nederland de regeling dat zieke werknemers alleen gedurende de laatste zes maanden van hun ziekte vakantiedagen opbouwen. Deze regeling wordt geschrapt. Na de wetswijziging krijgen werknemers die langdurig ziek zijn voortaan recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als gezonde werknemers.

Vooral de eerste wijziging brengt nogal wat veranderingen teweeg, voor werkgevers én werknemers. Werkgevers moeten hun verlofregistratiesysteem aanpassen, hetgeen nog niet zo gemakkelijk is als het lijkt. Er moet onderscheid gemaakt kunnen worden tussen het opnemen van wettelijke minimumvakantiedagen (met een verjaringstermijn van zes maanden) en het opnemen van bovenwettelijke vakantiedagen (met een verjaringstermijn van vijf jaar).

Ook voor werknemers verandert er iets essentieels: zij moeten het grootste deel van hun vakantiedagen binnen een zeer korte termijn opnemen. Voor de meeste werknemers betekent dit een achteruitgang. Het wordt vanaf 1 januari 2012 bijvoorbeeld een stuk moeilijker om vakantiedagen op te sparen voor een lange wereldreis.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of hebt u een andere arbeidsrechtelijke vraag, dan kunt u contact opnemen met een van de arbeidsrechtadvocaten van ons kantoor. Wij informeren u graag. 

Terug naar overzicht