Veel werkgevers investeren in hun werknemers door hen opleidingen aan te bieden. Om te voorkomen dat die investeringen voor niets worden gedaan omdat de werknemer voortijdig vertrekt, wordt in de arbeidsovereenkomst vaak een studiekostenbeding opgenomen. Werknemers die hun arbeidsovereenkomst vroegtijdig opzeggen, kunnen zo worden aangesproken de studiekosten aan hun werkgever terug te betalen. Maar, kan de werkgever te allen tijde aanspraak maken op het studiekostenbeding?
De vraag of een werknemer in een specifiek geval aan het studiekostenbeding gehouden kan worden, hangt ten eerste af van de tekst van het studiekostenbeding. De werkgever is vrij om de inhoud van de overeenkomst te bepalen, mits die aan een aantal vereisten voldoet. Het belangrijkste is dat wordt vastgesteld over welke periode hij baat zal hebben bij de kennis die de werknemer opdoet. De terugbetalingsverplichting moet vervolgens, naar evenredigheid van die periode, verminderen. Dit wordt ook wel de “glijdende schaal” genoemd.
Daarnaast is van belang onder welke omstandigheden aanspraak gemaakt wordt op het beding. Het Hof Arnhem heeft op 18 maart jongstleden een vernieuwende uitspraak gedaan op dit punt. In de betreffende zaak trad een van onze arbeidsrechtadvocaten, Sanne Schapendonk, op voor de werkgever. Daarin was het volgende aan de hand:
Een werknemer is met werkgever overeengekomen dat hij vanaf 1 april 2009 voor achttien maanden gedetacheerd zou worden bij een bank. De arbeidsovereenkomst werd gekenmerkt door de opleiding die aan werknemer werd geboden, gericht op indiensttreding bij de bank na afloop van de arbeidsovereenkomst met werkgever. Werknemer heeft voor dit traject gekozen na een langdurig selectieproces.
Voorafgaand aan de indiensttreding is uitvoerig aan de orde gekomen dat werknemer gebonden zou zijn aan een studiekostenbeding. In dat beding was onder andere bepaald dat – indien de werknemer voor 30 september 2010 opzegt – de opleidingskosten ter hoogte van maximaal 13.000 euro volledig door werknemer dienen te worden terugbetaald.
Al binnen anderhalve week na zijn indiensttreding – in zijn proeftijd - zegt de werknemer de arbeidsovereenkomst op wegens privéomstandigheden. De reistijd zou te lang zijn, waardoor hij ruzie kreeg met zijn vrouw. Werkgever vordert vervolgens in rechte het bedrag ad 13.000 euro van werknemer. De werknemer verweert zich door te stellen dat het hem door het studiekostenbeding vrijwel onmogelijk is gemaakt om op te zeggen in de proeftijd. De kantonrechter deelde die mening niet. Het vonnis van de kantonrechter is door het Hof Arnhem op 18 maart jl. bekrachtigd. Het Hof is van oordeel dat de persoonlijke keuze van werknemer om zijn arbeidsovereenkomst op te zeggen niet aan werkgever kan worden tegengeworpen. De werknemer dient de studiekosten ter hoogte van 13.000 euro dan ook terug te betalen.
Bijzonder aan deze uitspraak is dat het Hof hiermee heeft bepaald dat een studiekostenbeding ook kan gelden op het moment dat een werknemer in zijn proeftijd opzegt. De werknemer moet zich bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst en bij de opzegging wel bewust zijn geweest - althans had zich bewust moeten zijn - van de eventuele gevolgen van het studiekostenbeding.
Mocht zich een soortgelijke situatie voordoen in uw onderneming, wijs uw werknemer tijdig (bij in- en uitdiensttreding) op de gevolgen die het studiekostenbeding met zich meebrengt. Dit kan later van doorslaggevend belang zijn in een eventueel te starten procedure. Daarnaast is de tekst van het studiekostenbeding cruciaal voor de vraag of u er als werkgever met succes een beroep op kunt doen.
Heeft u vragen over een studiekostenbeding of bent u voornemens een studiekostenbeding overeen te komen of op te stellen? Neem dan gerust contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.