Indien je als Nederlandse werkgever een in België wonende werknemer wilt ontslaan, kun je alleen terecht bij de Belgische rechter. Europese regels bepalen namelijk dat alle arbeidsgeschillen die door de werkgever aan de rechter worden voorgelegd, moeten worden beoordeeld door de rechter in het land waar de werknemer woont. Het gevolg hiervan is dat de buitenlandse rechter geschillen moet beslechten naar Nederlands recht. Dit is niet praktisch, maar daarom niet minder waar.
In het Nederlandse arbeidsrecht geldt in principe dat de kantonrechter van de plaats waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht (mede) bevoegd is. Deze regel wordt opzij geschoven als de werknemer in kwestie in het buitenland woont.
Het komt echter regelmatig voor dat Nederlandse kantonrechters zich – ondanks de Europese regels – toch bevoegd verklaren. Nederlandse werkgevers dienen het ontbindingsverzoek betreffende hun Belgische of Duitse werknemer geregeld bij de Nederlandse kantonrechter in. Dit is niet alleen goedkoper, maar ook processueel voordeliger. Aan deze handelwijze komt mogelijk een einde. Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft zich hierover uitgelaten in haar uitspraak van 28 april 2010. Daarin staat geschreven:
Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met zijn Belgische werknemer bij de kantonrechter Sittard-Geleen, die zich onbevoegd verklaart omdat de werknemer in België woont. Vervolgens vordert de werknemer zélf loondoorbetaling in een kort geding bij diezelfde kantonrechter. Naar aanleiding hiervan ziet de werkgever zijn kans schoon en dient hij wederom een ontbindingsverzoek in bij de kantonrecht Sittard-Geleen. Zoals de werkgever al verwachtte, verklaart de kantonrechter zich dit keer wel bevoegd, omdat er al een kort gedingprocedure aanhangig is en de twee procedures in één zitting behandeld kunnen worden. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.
In hoger beroep houdt de beschikking van de kantonrechter echter geen stand. Het argument dat de twee procedures in één zitting behandeld kunnen worden, geldt volgens het Hof namelijk slechts voor het geval dat sprake is van een tegenvordering. Het Hof is van oordeel dat het ontbindingsverzoek van de werkgever geen tegenvordering is ten opzichte van de kort gedingprocedure. Immers, de ontbindingsprocedure is een geheel andere procedure dan de loonvorderingsprocedure. Het Hof oordeelt dus dat de kantonrechter Sittard-Geleen zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard. Enkel de Belgische rechter is bevoegd en de ontbindingsbeschikking wordt vernietigd. De arbeidsovereenkomst heeft dus al die tijd voortgeduurd.
De werkgever heeft hierdoor enorme schade geleden: hij heeft voor het eerst op 6 april 2009 ontbinding verzocht. Het tweede ontbindingsverzoek is op 30 juli 2009 toegewezen. Bijna negen maanden later wordt deze beschikking vernietigd, hetgeen met zich meebrengt dat de werkgever over al die maanden loon moet doorbetalen en hij alsnog naar de rechter moet, dit keer naar de Belgische rechter. De werkgever had zichzelf een hoop kosten bespaard als hij meteen naar de Belgische rechter was gestapt.
Mocht u ooit een werknemer willen ontslaan die niet in Nederland woont, adviseer ik u zich goed te laten adviseren. Uit de uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch blijkt namelijk dat het zeer risicovol kan zijn om tegen de Europese regels in een ontbindingsprocedure bij de Nederlandse kantonrechter aanhangig te maken.